Shock

In het lichaam wordt circa 5 liter bloed rondgepompt door het hart. Het bloed gaat door de bloedvaten naar alle organen en voorziet zo de organen van zuurstof. Als door bloedverlies (een ongeval, ziekte of operatie) minder bloed in het lichaam is, wordt ook minder bloed rondgepompt. De bloeddruk daalt. De toevoer van bloed en zuurstof naar de organen vermindert, waardoor deze niet goed kunnen functioneren. Dit is vooral schadelijk voor de longen, nieren en hersenen. Deze situatie wordt shock genoemd en is levensbedreigend.

 

Shock kan verschillende oorzaken hebben:

  • Een bloeding
    Door een bloeding is er minder bloed in het lichaam dat rondgepompt kan worden.

  • Het hart pompt niet goed
    Het hart is niet krachtig genoeg om het bloed in het lichaam rond te pompen. De organen krijgen te weinig zuurstof om goed te kunnen werken.

  • Infectie van het bloed (sepsis)
    In de bloedbaan zijn schadelijke bacteriën terechtgekomen waardoor in het lichaam allerlei reacties optreden. De bloedvaten gaan wijder open staan. Er is dan veel meer bloed of vocht nodig om de bloedvaten goed te vullen. Er ontstaat een relatief tekort aan bloed en daarmee ook aan zuurstof.

  • Ernstige beschadiging van lichaamsweefsels
    Bij ernstige verwondingen kunnen allerlei stoffen in de bloedbaan komen. Het lichaam reageert daarop alsof er een infectie is (zie onder vorige kopje). De bloedvaten gaan wijd open staan en er is meer bloed nodig om de bloedvaten te vullen. Er ontstaat een relatief tekort aan bloed waardoor de organen te weinig zuurstof krijgen.

  • Verstopping van een belangrijk bloedvat
    Een belangrijk bloedvat raakt verstopt en er kan geen bloed meer doorheen. Dit betekent dat de organen die door dit bloedvat van bloed worden voorzien, geen bloed meer kunnen krijgen. Deze organen krijgen ook geen zuurstof meer.

 

De behandeling van shock hangt af van de oorzaak.