Slangen, infusen en drains

Een ernstig zieke patiënt die op de IC wordt opgenomen heeft voor de behandeling vaak meerdere infusen, drains en allerlei slangen en plakkers. Sommige daarvan zijn verbonden met apparatuur om verschillende functies van het lichaam te bewaken (monitoren). Andere worden gebruikt om vocht, voeding of medicijnen toe te dienen. Weer andere zijn verbonden met machines, bijvoorbeeld beademingsapparatuur.

 

Veel van de apparaten hebben een beeldscherm met cijfers en letters die af en toe oplichten. Regelmatig klinken er belletjes en andere geluiden, die voor bezoekers beangstigend kunnen zijn. De verpleegkundige weet precies waar al die slangen en apparaten voor dienen. Als u hierover vragen hebt of uitleg wilt, kunt u dit altijd vragen.

 

Hieronder vindt u meer informatie over de slangetjes en drains die bij patiënten op de IC vaak gebruikt worden.

  1. Snoeren die met plakkers op de borst zijn geplakt en naar de monitor lopen; deze bewaken het hartritme.

  2. Zuurstofmeter: soort wasknijper aan een vinger of oorlel die de hoeveelheid zuurstof in het bloed meet.

  3. Blaaskatheter: slangetje in de blaas dat de urine naar een opvangzak afvoert.

  4. Perifeer infuus: slangetje in een ader voor het toedienen van vocht en medicijnen.

  5. Bloeddrukband: een band die zo nu en dan automatisch wordt opgeblazen om de bloeddruk te meten.

  6. Arterielijn: kleine plastic buis in een slagader waarmee voortdurend de bloeddruk gemeten wordt. Via dit buisje kan ook bloed afgenomen worden voor onderzoek.

  7. Centrale lijn: een slangetje in een grote ader in de hals, onder het sleutelbeen of in de lies waardoor medicijnen of kunstvoeding gegeven kan worden. Ook kan hiermee informatie over de bloedcirculatie verkregen worden.

  8. Beademingsbuis die via de mond in de luchtpijp is ingebracht (tube).

  9. Beademingsbuis die via de keel in de luchtpijp is ingebracht (tracheostoma).

  10. Thoraxdrain: plastic buis in de borstholte. Deze wordt ingebracht bij een longoperatie, bij veel vocht achter de longen of bij een gaatje in de long.

  11. Maagsonde: slangetje dat via de neus naar de maag gaat en gebruikt wordt voor het geven van voeding of om de maag leeg te maken.

  12. Dialysekatheter: dik infuus in de lies of in de hals dat verbonden wordt met de dialysemachine.

  13. Ballonpomp: slangetje in de lies dat het hart kan ondersteunen bij het rondpompen van bloed.