Laboratorium
Artikelindex
Laboratorium
Page 2
Page 3
Page 4
Page 5
Page 6
Page 7
Alle pagina's

Het Klinisch Laboratorium

Algemeen

Het klinisch laboratorium van het AZP verricht hematologisch, serologisch, bacteriologisch en klinisch chemisch onderzoek in diverse lichaamsvloeistoffen en -materialen ten behoeve van preventie, diagnostiek, behandeling en follow-up van ziekte bij de mens. De afdeling draagt zorg voor het verkrijgen van de te onderzoeken materialen waaronder het verrichten van de bloedafnames. Dit gebeurt zowel intern op de poli-bloedafname en het beddenhuis, als extern in tehuizen, verzorgingsinstellingen en bij cliënten thuis. De uitvoering van het onderzoek ligt in handen van (medisch) analisten.
De bloedafname op de poli-bloedafname en het beddenhuis en de monstervoorbewerking wordt verricht door laboratoriumassistenten en analisten. Alle analyses vinden plaats op verzoek van specialisten, huisartsen en verloskundigen voor zowel klinische als poliklinische patiënten.
De klinisch chemicus is eindverantwoordelijk voor het laboratoriumonderzoek en de kwaliteitscontrole, interpreteert de uitslag van het onderzoek en adviseert de arts m.b.t. het (vervolg)onderzoek. De afdeling biedt verder stagemogelijkheden aan NATIN-studenten, studenten van de faculteit Geneeskunde van de ADEKUS en HLO studenten uit het buitenland die in Suriname hun stage willen lopen.

Locatie

Poli-bloedafname: Naast de hoofdingang van het AZP aan de straatzijde
Openingstijden: Ma-Do 07.00 uur – 14.00 uur
Vrijdag 07.00 uur – 13.30 uur
Toest.nr: 244

Laboratorium: eerste etage van het Academisch Ziekenhuis
Openingstijden: Ma-Do 07.00 uur – 15.00 uur
Vrijdag 07.00 uur – 14.30 uur
Voor klinische aanvragen is het lab 24 uur/dag, 7 dagen/week beschikbaar.

Het Klinische Laboratorium is onderverdeeld in de volgende afdelingen:
Lab-administratie, Hematologie, Serologie, Bacteriologie en Chemie
De specialisten op deze afdeling zijn alsvolgt:
Dr.J Codrington, Klinisch ChemicusDrs.S Hermelijn-Burke, microbioloogDrs. J Roosblad, medisch bioloog


Poli-bloedafname

Op de poli-bloedafname wordt materiaal afgenomen en verzameld van poliklinische patiënten. Dit materiaal bestaat doorgaans uit bloed, urine of faeces. Het afnemen van bloed gebeurt door ervaren laboratorium-assistenten.

Wat u allemaal moet meenemen:

  • een volledig ingevulde aanvraag formulier waarop uw volledige naam (familie- en voornaam) en geboortedatum duidelijk zijn ingevuld (zie aanvraagformulier).
  • uw verzekeringspas of on- en minvermogende kaart
  • in geval u een garantiebrief moet overleggen moet u dat in tweevoud aanbieden


Aanvraagformulier.


Aanvraagformulieren moeten over de volgende minimale informatie beschikken om efficiënt verwerkt te kunnen worden.


Klinisch:

Voor patiënten van het beddenhuis geldt:

  • Familienaam en voornaam voluit
  • Geboortedatum en geslacht
  • Registratienummer
  • Datum aanvraag
  • Afdeling en kamernummer
  • Naam van de dokter
  • Aangevraagde bepalingen



Poliklinisch:

  • Familienaam en voornaam voluit
  • Geboortedatum en geslacht
  • Datum aanvraagNaam van de dokter
  • Aangevraagde bepalingen


Het materiaal wordt na afname vervoerd naar de verschillende afdelingen van het laboratorium op de eerste etage voor verdere analyse.


Hematologie

Het onderzoek van bloedcellen (rode bloedlichaampjes, witte bloedcellen en bloedplaatjes) voert men uit op de afdeling hematologie. Op deze afdeling wordt ook bloedstollingsonderzoek gedaan.

Testoverzicht hematologie.

  • Hemoglobine
  • hematocriet
  • MCV
  • MCH
  • MCHC
  • Bezinking
  • Leukocyten
  • Diff.telling
  • Erytrocyten
  • Trombocyten
  • Reticulocyten
  • Eosinofielen
  • Sikkelcellen
  • Bloedingstijd
  • Activated P.T.T
  • P.T.T
  • T.T (Trombosetest)
  • Fibrinogeen
  • Malaria
  • LE cellen



Serologie


Op de afdeling serologie worden er verscheidene immunologische technieken toegepast voor het herkennen en kwantificeren van antigenen in lichaamsvloeistoffen en op bloedcellen. Deze immunologische technieken maken gebruik van de unieke specificiteit van de antigeen-antilichaambinding. Op de afdeling serologie bepaalt men o.a. bloedgroepen en voert men testen uit om een veilige bloedtransfusie mogelijk te maken.

Testoverzicht serologie

  • ABO-bloedgroep
  • Rhesus factor
  • Coombstest direct
  • Coombstest indirect
  • VDRL
  • AST
  • R.A.-test
  • Monosticon
  • Hepatitis-B
  • Hepatitis-C
  • HIV
  • Cytomegalie
  • Toxoplasma
  • Zwangerschapsreactie


Bacteriologie


Hier worden patiëntenmonsters (bloed, urine, feces, liquor, pus, sputum, uitstrijken) onderzocht op aanwezige bacteriën.
De monsters worden daarvoor op speciale media geënt waarop bepaalde bacteriën, schimmels of gisten kunnen groeien.
De gevonden bacteriën worden gedetermineerd en er worden gevoeligheidsbepalingen ingezet voor een aantal antibiotica.


Chemie

Op de afdeling chemie worden testen uitgevoerd op bloed en andere lichaams-vloeistoffen. Deze worden dan onderzocht op de aan- of afwezigheid van bepaalde bestanddelen of de concentratie van deze bestanddelen zoals enzymen, elektrolyten, afbraakproducten etc. Ook vinden hormoon- en tumormarker bepalingen op de afdeling plaats.


Testoverzicht chemie:


Hormonen

  • T3
  • T4
  • Vrij T4
  • TSH
  • LH
  • FSH
  • Prolactine
  • Oestradiol
  • Progesteron
  • Testosteron
  • Cortisol
  • Insuline
  • Beta HCG


Tumormarkers

  • CEA
  • CA-125
  • AFP
  • PSA
  • Vrij PSA



Klinische Chemie


  • glucose
  • glucose belasting
  • glucose post prandiaal
  • Hba1c
  • Kreatinine
  • Ureum
  • Natrium
  • Kalium
  • Chloor
  • Fosfaat
  • Calcium
  • Zure fosfatase
  • Alkalische fosfatase
  • Totaal eiwit
  • Albumine
  • Eiwit spectrum elektroforese
  • Cholesterol
  • HDL cholesterol
  • LDL cholesterol
  • Tryglyceriden
  • Bilirubine
  • ALAT
  • ASAT
  • LDH
  • Amylase
  • Gamma GT
  • Cholinesterase
  • CK
  • CK-MB
  • Urinezuur
  • CRP
  • Serumijzer
  • Totaal ijzer bindend capaciteit
  • Vitamine B12
  • Folaat
  • Ferritine
  • Lactaat
  • Bloedgassen
  • Geneesmiddelen


Urine/Faeces

Urine bevat allerlei stoffen die door de nieren uit het bloedplasma zijn verwijderd. De samenstelling van urine kan ons iets leren over het functioneren van de nieren en over de samenstelling van het bloedplasma. Voor routine-onderzoek gebruikt men bij voorkeur verse ochtendurine, omdat oude urine troebel kan worden door bacteriegroei. Bij infecties aan de urinewegen wordt urine onderzocht op bacteriën.


Testoverzicht


  • soortelijk gewicht
  • pH
  • eiwit
  • glucose kwalitatief
  • glucose kwantitatief
  • urobiline
  • bilirubine
  • aceton
  • acetylazijnzuur
  • sediment
  • amylase


Ontlasting (= faeces) wordt soms onderzocht om de spijsvertering te controleren of om inwendige bloedingen op te sporen. Ook wordt naar wormeieren en andere darm-parasieten gezocht.

Testoverzicht

  • wormeieren
  • amoeben en cysten
  • okkult bloed
  • vertering